ECLI:NL:RBDHA:2024:16118
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening Dublin Frankrijk niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-verordening.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak op 30 juli 2024, waarbij verzoeker niet aanwezig was. De gemachtigde van verzoeker liet weten geen gronden te zullen indienen en raadde verzoeker aan een andere gemachtigde te zoeken.
Omdat er geen gronden werden ingediend en verzoeker niet verscheen, verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is uitgesproken door voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier K.L.H. Thomas op 30 juli 2024 en bekendgemaakt op 2 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden en het niet verschijnen van verzoeker.