ECLI:NL:RBDHA:2024:16121
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling last onder dwangsom wegens overtreding opkoopbescherming woningverhuur
Eisers kochten een woning waarvan de inschrijving in het Kadaster plaatsvond op 1 maart 2022, de dag waarop de opkoopbescherming in Den Haag van kracht werd. Zij verhuren de woning sinds april 2023 zonder de vereiste vergunning. Verweerder legde daarom een last onder dwangsom op.
Eisers voerden aan dat zij te goeder trouw waren, omdat de voorlopige koopovereenkomst al in december 2021 was getekend en de leveringsakte op 28 februari 2022, vóór de inwerkingtreding, was gepasseerd. Tevens stelden zij dat de informatievoorziening over de inschrijvingstijd onduidelijk was en dat de last onder dwangsom onevenredig is vanwege financiële schade.
De rechtbank oordeelt dat de overtreding van artikel 41 van Pro de Huisvestingswet en artikel 5:27 van Pro de Huisvestingsverordening is vastgesteld op juiste gronden. De inschrijving in het Kadaster bepaalt de toepasselijkheid van de opkoopbescherming, en deze vond plaats op 1 maart 2022. Opzet is niet vereist voor overtreding.
Verder is de last onder dwangsom niet onevenredig, mede omdat eisers meerdere panden bezitten en ruim de gelegenheid hadden om de inschrijving tijdig te regelen. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de last onder dwangsom.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last blijft van kracht.