Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 5 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie besloot niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, die door een ministeriële regeling met negen maanden was verlengd vanwege een grote instroom van asielzoekers. Eiser stelde de minister op 8 maart 2024 in gebreke en stelde op 22 april 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelde dat de verlenging van de beslistermijn rechtsgeldig was en dat de beslistermijn voor eiser op 5 december 2024 eindigde. Hierdoor was de ingebrekestelling van 8 maart 2024 prematuur en voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, Awb. De rechtbank zag geen aanleiding tot het houden van een zitting en behandelde de zaak op basis van stukken.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt op 8 oktober 2024. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.