Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. B.A. Smit, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 7 september 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest binnen zes maanden een besluit nemen, maar verlengde deze termijn met negen maanden vanwege een grote instroom van asielaanvragen, conform artikel 42, vierde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 en het WBV 2023/3.
Eiser stelde de minister op 12 maart 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 22 april 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelde echter dat de ingebrekestelling prematuur was omdat de verlengde beslistermijn tot 7 december 2024 liep. Hierdoor voldeed het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De rechtbank besloot het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Er werd geen zitting gehouden omdat partijen hiermee instemden. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.D. Overmars en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege prematuur ingediende ingebrekestelling.