Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , V-nummer: [V nummer] , eiser (gemachtigde: mr. B.A. Palm),
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toetsing
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 19 september 2024 een maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwistte de grondslag en de rechtmatigheid van deze maatregel en stelde tevens dat een lichter middel passend zou zijn vanwege zijn persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel op de juiste wettelijke grondslag was gebaseerd. De minister had voldoende gemotiveerd dat bewaring noodzakelijk was voor het vaststellen van de identiteit en nationaliteit van eiser en voor het verkrijgen van gegevens voor zijn asielaanvraag. Eiser kon geen geldige identiteitsdocumenten overleggen en had onvoldoende bewijs geleverd van zijn verblijfplaats of familiebanden in Nederland.
De rechtbank verwierp ook het verweer dat een lichter middel, zoals een meldplicht, passend zou zijn. Er was sprake van een reëel risico op onttrekking en eiser had geen gegevens over zijn vriendin overgelegd, noch aangetoond dat sprake was van family life. De ambtshalve toetsing bevestigde dat de maatregel tot het sluiten van het onderzoek rechtmatig was.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.