ECLI:NL:RBDHA:2024:16369
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring vreemdeling
De Minister van Asiel en Migratie heeft op 24 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betwist de rechtmatigheid van deze maatregel en stelt dat de ophouding te lang heeft geduurd en dat de gronden voor de bewaring niet toereikend zijn.
De rechtbank oordeelt dat de ophouding niet langer dan de toegestane termijn heeft geduurd, omdat de strafrechtelijke aanhouding en de vreemdelingenrechtelijke ophouding duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. De voorbereidingen voor de vreemdelingenrechtelijke ophouding tijdens de strafrechtelijke detentie vormen geen verkapte ophouding.
Verder zijn de zware gronden voor de maatregel, zoals het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen en het onttrekken aan toezicht, feitelijk juist vastgesteld. De lichte gronden zijn deels door de minister laten vallen. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel te vernietigen of te matigen omdat een lichter middel onvoldoende doeltreffend zou zijn, mede gezien eerdere afwijzingen van asielaanvragen en het risico op onttrekking.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is opgelegd en wijst het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.