Op 24 juli 2023 zwaaiden verdachte en een medeverdachte met scherpe machetes richting het hoofd en bovenlichaam van het slachtoffer bij een druk tramperron in Den Haag. Het slachtoffer werd net niet geraakt, wat op camerabeelden duidelijk zichtbaar was. De rechtbank oordeelde dat het handelen van de verdachten gericht was op het doden van het slachtoffer, waarbij sprake was van voorwaardelijk opzet.
De verdediging voerde noodweer(exces) aan, stellende dat het slachtoffer agressief op de verdachten afkwam, maar de rechtbank verwierp dit verweer omdat er geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of dreigend gevaar was. De rechtbank achtte de verdachte strafbaar voor medeplegen poging tot doodslag.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de openbare locatie, de aanwezigheid van omstanders en de maatschappelijke zorg over messenbezit onder jongeren. De verdachte heeft psychiatrische problematiek en is verminderd toerekeningsvatbaar. De rechtbank legde een deels voorwaardelijke jeugddetentie van 150 dagen op, met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden waaronder begeleiding en contactverbod met drillrapgroepen.
De inbeslaggenomen machetes werden verbeurd verklaard, een telefoontoestel werd teruggegeven en een ander wapen werd onttrokken aan het verkeer. De rechtbank benadrukte het belang van begeleiding en behandeling om recidive te voorkomen.