ECLI:NL:RBDHA:2024:16415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen schorsing asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker verzocht om een voorlopige voorziening om het besluit te schorsen totdat het beroep is behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep waarschijnlijk niet binnen de uiterste overdrachtstermijn van 10 december 2024 kan worden behandeld, waardoor onverwijlde spoed aanwezig is. Het belang van verzoeker om in Nederland op de uitspraak te wachten weegt zwaarder dan het belang van de minister om verzoeker eerder over te dragen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €875.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit om de asielaanvraag niet te behandelen wordt geschorst.