ECLI:NL:RBDHA:2024:16433
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om opvang statushouder met verblijfsvergunning als gezinslid
Eiseres, in het bezit van een verblijfsvergunning als gezinslid van haar moeder (referente), verzocht het COA om opvang. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet tot de doelgroep van de Regeling verstrekkingen asielzoekers (Rva) behoort. Eiseres heeft een zelfstandige asielaanvraag ingediend en een zelfstandige verblijfsvergunning verkregen, maar dit veranderde niets aan haar status en rechten.
De rechtbank oordeelt dat eiseres als statushouder aanspraak kan maken op financiële ondersteuning via de Participatiewet en dat zij passende woonruimte heeft bij haar moeder. Het feit dat zij niet meer bij haar moeder verblijft vanwege gezinsproblemen is niet voldoende om opvang buiten de Rva te rechtvaardigen. Ook is het niet de taak van het COA om haar te bemiddelen naar zelfstandige woonruimte.
Verder heeft eiseres niet aangetoond dat zij tevergeefs bijstand heeft aangevraagd bij de gemeente. Hoewel zij niet officieel geregistreerd stond op het adres van haar moeder, is aannemelijk dat zij momenteel wel op dat adres is ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Hierdoor kan zij zich tot de gemeente wenden voor ondersteuning.
De rechtbank concludeert dat het COA terecht het verzoek om opvang heeft afgewezen en verklaart het beroep ongegrond. Eiseres krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om opvang door het COA is ongegrond verklaard.