Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 14 juni 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 23 februari 2023. Tijdens de procedure besloot de minister van Asiel en Migratie op 24 juli 2024 alsnog de asielaanvraag van verzoeker toe te wijzen. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog tijdig te beslissen en de aanvraag in te willigen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan in een dergelijk geval de rechtbank op verzoek van de indiener van het beroepschrift het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 437,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde van € 875 en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat uitsluitend zag op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van dit bedrag.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.