ECLI:NL:RBDHA:2024:16463
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op eerdere toekenning Wajong-uitkering wegens aanvraagdatum
Eiser heeft op 29 december 2022 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, welke door het UWV is toegekend met ingang van die datum. Eiser stelde dat de uitkering ambtshalve per 4 mei 2016 toegekend had moeten worden, verwijzend naar een verzekeringsartsrapport waarin sprake was van geen duurzaam benutbare mogelijkheden. Verweerder handhaafde het besluit en stelde dat de uitkering niet eerder dan de aanvraagdatum kan ingaan, tenzij sprake is van kennelijke hardheid.
De rechtbank overwoog dat de wet bepaalt dat het recht op een Wajong-uitkering ontstaat op de dag van aanvraag, niet eerder, tenzij het UWV ambtshalve toekenning toepast bij kennelijke hardheid. De rechtbank vond geen aanwijzingen dat eiser niet eerder had kunnen aanvragen, mede omdat zijn moeder zijn zaken regelde en eerder een WIA-uitkering was aangevraagd. Ook het advies om een WIA-uitkering aan te vragen was begrijpelijk gezien de situatie.
Verder concludeerde de rechtbank dat de arbeidsbeperkingen op het 18e levensjaar niet duurzaam waren, omdat eiser toen nog in behandeling was en herstel mogelijk was. Daarom was geen reden om de uitkering eerder toe te kennen dan 29 december 2022. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de Wajong-uitkering blijft toegekend vanaf de aanvraagdatum 29 december 2022.