ECLI:NL:RBDHA:2024:16506
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-procedure asielaanvraag
Verzoekster, van Marokkaanse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk was voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 september 2024, waarbij verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen waren, maar de minister wel vertegenwoordigd was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.29847) een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de Dublin-procedure is afgewezen.