ECLI:NL:RBDHA:2024:16510
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker, een asielzoeker van Sierra Leoonse nationaliteit, had een verzoek ingediend om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen vanwege de Dublinverordening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek gelijktijdig met de beroepszaak en besloot het verzoek af te wijzen omdat de beroepsprocedure reeds was afgerond met een uitspraak.
Hoewel het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot betaling van de proceskosten die verzoeker had gemaakt voor de voorlopige voorziening. Deze kosten werden vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij rekening werd gehouden met de reeds vergoede kosten voor het verschijnen ter zitting in de beroepszaak.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.G.D. Overmars en is definitief; er staat geen hoger beroep of verzet open. De procedure betrof een bestuursrechtelijke kwestie binnen het vreemdelingenrecht, specifiek de toepassing van de Dublinverordening.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875,-.