ECLI:NL:RBDHA:2024:16533
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet gemelde buitenlandse bankrekening
Eiser ontving van 1 mei 2016 tot en met 19 maart 2019 een bijstandsuitkering. Het college herzag deze bijstand en vorderde €3.132,25 terug omdat eiser een bankrekening in Marokko niet had gemeld. Het college baseerde dit op anonieme meldingen en bankafschriften uit 2007 en 2020.
Eiser voerde aan dat de bankafschriften niet verifieerbaar waren, de rekening in 2016 was opgeheven of geen vermogen bevatte, en dat hij bewijsnood had. Ook stelde hij dat de helft van het vermogen aan zijn ex-vrouw toekwam. De rechtbank oordeelde dat het college de bankafschriften terecht als authentiek mocht beschouwen, mede op basis van een onderzoek door het Internationaal Bureau Fraude-informatie.
De rechtbank stelde vast dat eiser de inlichtingenplicht had geschonden door de rekening niet te melden. Het college mocht het recht op bijstand schattenderwijs vaststellen op basis van het saldo uit 2007. De onzekerheid over het vermogen en de verdeling daarvan kwam voor rekening van eiser. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard, waardoor de herziening en terugvordering in stand bleef.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herziening en terugvordering van €3.132,25.