Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , eisers
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben afzonderlijk beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 28 december 2022. De minister heeft deze aanvragen op 23 april 2024 alsnog ingewilligd. Ondanks de inwilliging hebben eisers hun beroepen gehandhaafd. De rechtbank neemt aan dat de beroepen samenhangen omdat eisers gezinsleden zijn die gezamenlijk zijn ingereisd en gelijktijdig hun aanvragen hebben ingediend.
De rechtbank stelt vast dat door de inwilliging van de asielaanvragen het procesbelang van eisers is komen te vervallen, waardoor de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn. Omdat het beroep terecht is ingesteld vanwege het niet tijdig beslissen, veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eisers. De hoogte van de proceskosten wordt vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op een punt voor het indienen van het beroepschrift met een wegingsfactor 'licht'.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Awb en wijst erop dat partijen binnen zes weken verzetschrift kunnen indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten.