ECLI:NL:RBDHA:2024:16560
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters na wijziging tenlastelegging en korte schorsing
In deze strafzaak diende een verdachte een wrakingsverzoek in tegen de rechters van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag. Dit verzoek volgde op een wijziging van de tenlastelegging die kort voor de terechtzitting werd aangekondigd. De advocaat van de verdachte kreeg hierdoor naar zijn mening onvoldoende tijd om zich adequaat voor te bereiden. De rechtbank had de terechtzitting na de wijziging slechts kort geschorst en na hervatting het verzoek tot aanhouding afgewezen.
De wrakingskamer oordeelde dat de beslissing tot korte schorsing en afwijzing van het aanhoudingsverzoek een procedurele beslissing is die niet zonder meer grond kan vormen voor wraking. Er is geen zwaarwegende aanwijzing dat de rechters vooringenomen zijn of dat de schorsingsbeslissing door vooringenomenheid is ingegeven.
De wrakingskamer benadrukte het vermoeden van onpartijdigheid van rechters en stelde vast dat uit de motivering van de beslissingen geen vooringenomenheid kan worden afgeleid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechters wordt afgewezen wegens het ontbreken van aannemelijke vooringenomenheid.