Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 oktober 2024 in de zaak tussen
[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. S.M. Hampsink, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 11 september 2024, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
Eiser stelde dat de minister onzorgvuldig heeft gehandeld door geen medisch onderzoek te laten uitvoeren, terwijl hij mogelijk een verstandelijke beperking heeft. De rechtbank oordeelde dat er geen aanleiding was voor een medisch advies, omdat het gehoor met eenvoudiger vragen is voortgezet en eiser geen aanvullende medische informatie heeft aangeleverd. Daarnaast wees de rechtbank het beroep af op grond van artikel 16 Dublinverordening Pro, omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij afhankelijk is van zijn zus die in Nederland woont.
Ook het beroep op artikel 17 Dublinverordening Pro werd verworpen, omdat er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die een onevenredige hardheid opleveren bij overdracht naar Denemarken. De rechtbank bevestigde dat het niet in behandeling nemen van de aanvraag terecht is en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag blijft in stand.