Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[naam 1] ,
2.
[bedrijfsnaam 1] B.V.,
Rechtbank Den Haag
LinXis B.V., een biotechnologiebedrijf, en [naam 1] c.s. zijn verwikkeld in een civielrechtelijke procedure over het uitvinderschap van meerdere octrooien en de nakoming van managementovereenkomsten. LinXis stelt dat [naam 1] geen uitvinder is en vordert onder meer verwijdering van zijn naam van de octrooien en schadevergoeding wegens wanprestatie en onrechtmatig handelen. [naam 1] c.s. vordert mede-uitvinderschap en overdracht van rechten.
In het vrijwaringsincident vordert [naam 1] c.s. toestemming om diverse derden, waaronder bestuurders en voormalige boekhouders van LinXis, in vrijwaring te dagvaarden. De rechtbank oordeelt dat oproeping in vrijwaring toewijsbaar is indien een voldoende concrete rechtsverhouding bestaat en stelt dat dit geldt voor de heer [naam 2] c.s. en de voormalige boekhouder [naam 3] c.s., maar niet voor SO-Compagnie B.V. en BN Life Sciences Management B.V.
De rechtbank bepaalt een termijn van vier weken voor de oproeping in vrijwaring en houdt de beslissing over de proceskosten aan. De hoofdzaak wordt verwezen naar een volgende rolzitting voor verdere behandeling. Het vonnis is gewezen door rechter H.F.R. van Heemstra en op 9 oktober 2024 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank staat toe dat [naam 1] c.s. meerdere partijen in vrijwaring dagvaardt, behalve SO-Compagnie B.V. en BN Life Sciences Management B.V., en houdt proceskosten aan.