ECLI:NL:RBDHA:2024:16582

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 augustus 2024
Publicatiedatum
14 oktober 2024
Zaaknummer
24-28343
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublin-verordening.

Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gelijksoortige zaak op 30 juli 2024 behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was en de minister zich liet vertegenwoordigen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan op 2 augustus 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.28343
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk), en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. A. Bondarev).

Procesverloop

Bij besluit van 15 juli 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL24.28342, op 30 juli 2024 op zitting behandeld. Verzoeker is, met bericht van verhindering, niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.28342, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
K.L.H. Thomas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
02 augustus 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.