ECLI:NL:RBDHA:2024:16593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser is op 15 september 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft hiertegen beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding is aangemerkt. De zaak is schriftelijk behandeld waarbij eiser zijn gronden op 24 september 2024 indiende en verweerder op 2 oktober 2024 reageerde.
De rechtbank heeft beoordeeld of de vrijheidsontnemende maatregel terecht is opgelegd en of er bijzondere individuele omstandigheden zijn die bewaring onevenredig bezwarend maken. Uit het proces-verbaal en het aanmeldgehoor blijkt dat eiser geen bezwaar had tegen de maatregel en geen bijzondere medische omstandigheden heeft aangevoerd die een lichter middel rechtvaardigen.
De rechtbank concludeert dat de bewaring niet onrechtmatig is opgelegd en dat er geen aanleiding is om een lichter middel toe te passen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.