ECLI:NL:RBDHA:2024:16597
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen afwijzing uitstel van vertrek
Verzoeker, een Iraakse nationaliteithebbende, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van een ambtshalve beoordeling voor toepassing van uitstel van vertrek ongegrond werd verklaard.
Tegelijkertijd met het beroep is een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, dat op 30 september 2024 op zitting is behandeld. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de hoofdzaak (zaaknummer NL24.28893) reeds is beslist in een uitspraak van dezelfde datum.
Gezien de beslissing in de hoofdzaak is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van uitstel van vertrek is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.