ECLI:NL:RBDHA:2024:16601
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Zwitserland
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie heeft dit verzoek niet in behandeling genomen omdat Zwitserland volgens de Dublin-verordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een andere zaak op 30 september 2024, waarbij de gemachtigde van de minister aanwezig was, maar verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.32735) reeds uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet meer nodig is en wees het verzoek af. Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten voor rechtsbijstand, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier F. Aissa en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van € 875,- proceskosten.