Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
T.H. Bos, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie
op rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 12 april 2023 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister moest volgens de Vreemdelingenwet binnen zes maanden beslissen, met een mogelijke verlenging van negen maanden vanwege een groot aantal aanvragen. De beslistermijn begon op 30 juni 2023, toen Nederland verantwoordelijk werd voor de aanvraag, en eindigde daarom op 30 september 2024.
Eiser stelde de minister op 18 juli 2024 in gebreke wegens het niet tijdig beslissen en diende op 5 augustus 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling en het daaropvolgende beroep prematuur zijn, omdat de beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de vereisten van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur indienen.