Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder, de minister van Asiel en Migratie, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van negentien weken een beslissing op het bezwaar genomen. Eiser stelde verweerder vervolgens in gebreke en diende daarna een beroepschrift in tegen het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat verweerder de beslistermijn met zes weken heeft overschreden en geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100,- per dag dat de beslissing uitblijft, met een maximum van €7.500,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en een deel van de proceskosten, omdat eiser een professionele gemachtigde heeft ingeschakeld.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier J.B. Thépass op 9 oktober 2024. Partijen zijn niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet nodig werd geacht.