ECLI:NL:RBDHA:2024:16689

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 oktober 2024
Publicatiedatum
15 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.33272
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbArt. 42 Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.

De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 zijn ingediend met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat deze verlenging op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat hij verweerder niet te vroeg in gebreke heeft gesteld.

De rechtbank oordeelt dat de aanvraag van eiser onder het toepassingsbereik van WBV 2023/3 valt, waardoor de beslistermijn is verlengd tot uiterlijk 3 februari 2025. De ingebrekestelling van 6 augustus 2024 is daarom te vroeg ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.

Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier J.B. Thépass op 9 oktober 2024 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.33272
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. B.J.P.M. Ficq), en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,verweerder

Procesverloop

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

2. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?

4. Sinds 27 januari 2023 is het besluit met kenmerk WBV 2023/3 van kracht.3 Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die zijn ingediend vanaf 1 januari 2023 tot 1 januari 2024 met negen maanden zijn verlengd. Eiser betwist dat zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiser vindt daarom dat verweerder met de WBV 2023/3 de beslistermijn niet geldig heeft
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
3 Staatscourant van 26 januari 2023, nr. 3235.
verlengd en dat hij verweerder niet prematuur in gebreke heeft gesteld. Eiser verzoekt de rechtbank het beroep gegrond te verklaren, verweerder op te dragen alsnog een besluit te nemen en hier een rechterlijke dwangsom aan te verbinden.
5. De rechtbank volgt dit standpunt niet. De rechtbank verwijst voor de motivering naar de uitspraak van deze zittingsplaats van 16 februari 2024.4 Hierin heeft de rechtbank geoordeeld dat verweerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat ten tijde van de inwerkingtreding van WBV 2023/3 sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw. Eiser heeft op 3 november 2023 zijn asielaanvraag ingediend. De asielaanvraag van eiser valt dus onder het toepassingsbereik van de WBV 2023/3. Dit betekent dat de beslistermijn in zijn zaak met negen maanden is verlengd en verweerder uiterlijk op 3 februari 2025 op de aanvraag moet beslissen. De ingebrekestelling van 6 augustus 2024 is hierdoor te vroeg ingediend. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk.
8. Er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.C. Verra rechter, in aanwezigheid van J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 oktober 2024

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.