ECLI:NL:RBDHA:2024:16689
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting, omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de toepassing van het besluit WBV 2023/3, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 zijn ingediend met negen maanden verlengt. Eiser betwist dat deze verlenging op zijn aanvraag van toepassing is en stelt dat hij verweerder niet te vroeg in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag van eiser onder het toepassingsbereik van WBV 2023/3 valt, waardoor de beslistermijn is verlengd tot uiterlijk 3 februari 2025. De ingebrekestelling van 6 augustus 2024 is daarom te vroeg ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor het instellen van beroep wegens niet tijdig beslissen. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier J.B. Thépass op 9 oktober 2024 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.