ECLI:NL:RBDHA:2024:16693
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1974, die verblijft in een GGZ-accommodatie. Betrokkene is gediagnosticeerd met persisterende psychotische belevingen, wat leidt tot ernstig nadeel zoals ernstige psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang.
Tijdens de mondelinge behandeling op 5 september 2024 heeft betrokkene, bijgestaan door haar advocaat, verzocht het verzoek af te wijzen of de duur van de machtiging te beperken vanwege zichtbare verbeteringen en het ontbreken van vijf jaar aaneengesloten zorg. De behandelend arts gaf aan dat er in tien maanden geen significante verbetering was en dat betrokkene nog onvoldoende zelfstandig functioneert voor begeleid wonen.
De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is omdat vrijwillige zorg niet mogelijk is en de stoornis ernstig nadeel veroorzaakt. De voorgestelde zorgmaatregelen, waaronder medicatietoediening, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname, zijn evenredig en effectief. Gezien het perspectief voor betrokkene werd de machtiging verleend voor twaalf maanden, korter dan door de officier van justitie was verzocht.
De beschikking bepaalt dat de verplichte zorgmaatregelen mogen worden toegepast tot en met 5 september 2025, waarbij het meer of anders verzochte wordt afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging voor verplichte zorg voor twaalf maanden.