ECLI:NL:RBDHA:2024:16720
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek gedwongen medicatie bij verplichte geestelijke gezondheidszorg
Verzoeker, onder verplichte zorg krachtens een zorgmachtiging van 12 april 2024, heeft een klacht ingediend tegen de beslissing tot het toedienen van medicatie en verzocht om schorsing van deze beslissing. De klachtencommissie heeft het schorsingsverzoek en de klacht ongegrond verklaard. Verzoeker stelt dat hij niet meer psychotisch is en dat gedwongen medicatie onterecht is, terwijl de zorgaanbieder en behandelaars stellen dat psychotische symptomen nog steeds aanwezig zijn en medicatie noodzakelijk is.
De rechtbank heeft de stukken en verklaringen van de psychiater en GGZ psycholoog bestudeerd en concludeert dat de psychische stoornis nog steeds aanwezig is en dat de medicatie in lijn is met professionele standaarden. Er is geen passend alternatief en de toediening van depotmedicatie is proportioneel, subsidiair en doelmatig. Verzoeker weigert medicatie en vertoont nog steeds psychotische symptomen, waaronder waanideeën.
De rechtbank weegt het recente oordeel van de psychiater zwaarder dan oudere rapporten die herstel van psychose aangeven, gezien de voortdurende observaties van psychotische symptomen. De behandeling en resocialisatie stagneren zonder medicatie, en er is een hoog recidivegevaar. De rechtbank ziet geen reden om de beslissing tot gedwongen medicatie te schorsen en volgt de psychiater in het oordeel dat depotmedicatie noodzakelijk is.
De beschikking is uitgesproken op 21 augustus 2024 en schriftelijk vastgesteld op 2 september 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van het toedienen van medicatie wordt afgewezen omdat depotmedicatie noodzakelijk is.