ECLI:NL:RBDHA:2024:16745
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C.I.H. Kersten-Fockens
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning in Den Haag
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning aan een adres in Den Haag, vastgesteld op €428.000 per 1 januari 2022. De rechtbank heeft het bezwaar behandeld en beoordeeld of de waarde te hoog is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Hoewel belanghebbende heeft aangevoerd dat bepaalde vergelijkingsobjecten niet goed vergelijkbaar zijn en dat de ligging van zijn woning slechter is vanwege overlast en het ontbreken van een voortuin, leidt dit niet tot een verlaging van de waarde die de beschikking onjuist maakt.
Daarnaast zijn bezwaren tegen de waardering van objectonderdelen zoals zonnepanelen, dakkapellen en kopgevels verworpen omdat deze niet aanwezig waren op het moment van verkoop of geen waarde verhogend effect hebben. Ook de oppervlakte met een hoogte lager dan 1,5 meter is correct buiten beschouwing gelaten volgens de NEN-2580 norm.
Gelet op de ruime marge tussen de getaxeerde waarde en de beschikking is het beroep ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €428.000 wordt ongegrond verklaard.