ECLI:NL:RBDHA:2024:16747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.31327
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens onontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag

Verzoekster, van Myanmarese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 8 augustus 2024 niet-ontvankelijk. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 1 oktober 2024, waarbij verzoekster niet aanwezig was vanwege verhindering. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.31326), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.

Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 7 oktober 2024 in het openbaar gedaan en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.31327
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoekster], V-nummer: [V-nummer] , verzoekster (gemachtigde: mr. H.A. Limonard),
en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. R.A. Mandersloot).

Procesverloop

Bij besluit van 8 augustus 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet- ontvankelijk verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.31326, op 1 oktober 2024 op zitting behandeld. Verzoekster is, met bericht van verhindering, niet verschenen.
De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Verzoekster stelt van Myanmarese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1971.
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.31326, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra - Foppen, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
07 oktober 2024

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.