ECLI:NL:RBDHA:2024:16747
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens onontvankelijkheid verblijfsvergunningaanvraag
Verzoekster, van Myanmarese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister van Asiel en Migratie verklaarde deze aanvraag op 8 augustus 2024 niet-ontvankelijk. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 1 oktober 2024, waarbij verzoekster niet aanwezig was vanwege verhindering. De minister werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Op dezelfde dag deed de rechtbank uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.31326), waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 7 oktober 2024 in het openbaar gedaan en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.