ECLI:NL:RBDHA:2024:16756
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens premature ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder heeft de beslistermijn op grond van het besluit WBV 2023/3 met negen maanden verlengd vanwege een situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser betwist deze verlenging en stelt dat de ingebrekestelling prematuur is ingediend. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de verlenging terecht is toegepast. Omdat de asielaanvraag van eiser onder het toepassingsgebied van WBV 2023/3 valt, moet verweerder uiterlijk op 18 januari 2025 beslissen.
De ingebrekestelling van 23 juli 2024 is daardoor te vroeg. Hierdoor voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waardoor het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en heeft de zaak zonder zitting behandeld. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.W. van Eerden op 14 oktober 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een prematuur ingediende ingebrekestelling.