ECLI:NL:RBDHA:2024:16799

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 oktober 2024
Publicatiedatum
16 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.35847
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 8 EVRMBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen afwijzing asielaanvraag en oplegging terugkeerbesluit met inreisverbod

Verzoeker, van Colombiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep en oordeelde dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft dat het persoonlijke gedrag van verzoeker een actuele bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De minister heeft nagelaten een kenbare beoordeling te geven van het strafbare gedrag van verzoeker, waarbij de aard, ernst en actualiteit van het gedrag in ogenschouw worden genomen. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.

Gezien deze motiveringsgebreken verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af als overbodig. De minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ad € 875,00. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van het terugkeerbesluit met inreisverbod is gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.35847

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedag] ,
van Colombiaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de minister van Asiel en Migratie,voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: A.A. Wildeboer).

Procesverloop

Bij besluit van 7 september 2024 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van tien jaar opgelegd.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Het beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL24.35846.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 2 oktober 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep gegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Gelet op de uitkomst van de beroepsprocedure veroordeelt de voorzieningenrechter de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 875,00 en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in het proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.W.C.M. van Emmerik, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.