ECLI:NL:RBDHA:2024:16799
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing asielaanvraag en oplegging terugkeerbesluit met inreisverbod
Verzoeker, van Colombiaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de minister werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van tien jaar opgelegd. Verzoeker stelde beroep in tegen deze besluiten en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het beroep en oordeelde dat de minister onvoldoende gemotiveerd heeft dat het persoonlijke gedrag van verzoeker een actuele bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. De minister heeft nagelaten een kenbare beoordeling te geven van het strafbare gedrag van verzoeker, waarbij de aard, ernst en actualiteit van het gedrag in ogenschouw worden genomen. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom het inreisverbod niet in strijd is met artikel 8 EVRM Pro.
Gezien deze motiveringsgebreken verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en wees het verzoek om voorlopige voorziening af als overbodig. De minister werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker ad € 875,00. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het opleggen van het terugkeerbesluit met inreisverbod is gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering.