Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Algerijnse nationaliteit, is sinds 3 maart 2024 onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten zonder zitting en de rechtmatigheid van de bewaring getoetst vanaf 15 juli 2024, het moment van sluiting van het eerdere onderzoek.
Eiser stelde dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij de voorbereiding van zijn uitzetting, onder meer vanwege een verouderd vertrekgesprek en late aanvraag van een laissez passer. De rechtbank constateerde echter dat de minister adequaat contact onderhoudt met Tunesische en Marokkaanse autoriteiten en dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn uitzetting. Ook is de minister niet nalatig in het voeren van vertrekgesprekken.
De rechtbank oordeelt dat er geen concrete aanwijzingen zijn om te twijfelen aan de verstrekte informatie door de minister en dat eiser zijn rechtsplicht tot medewerking niet nakomt. De belangenafweging leidt niet tot opheffing van de bewaring. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.