ECLI:NL:RBDHA:2024:16836

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 augustus 2024
Publicatiedatum
17 oktober 2024
Zaaknummer
NL24.30753
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 Vreemdelingenwet 2000ECLI:EU:C:2022:858
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht

De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 mei 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt nog voort. De rechtbank heeft deze maatregel reeds eerder getoetst in een uitspraak van 30 mei 2024, waarbij de rechtmatigheid tot dat moment werd bevestigd.

Nu een lange termijn is verstreken zonder dat eiser beroep heeft ingesteld tegen het voortduren van de maatregel, toetst de rechtbank ambtshalve of de maatregel nog voldoet aan de eisen van het Unierecht, conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022. De minister heeft de rechtbank middels een kennisgeving en voortgangsrapportage geïnformeerd over de voortzetting van de maatregel, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser.

Eiser heeft binnen de gestelde termijn geen reactie gegeven. De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank stelt vast dat geen gronden zijn aangevoerd tegen de maatregel en dat de voortzetting daarvan niet in strijd is met de Vreemdelingenwet of disproportioneel is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij een proceskostenveroordeling af.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de maatregel.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.30753
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V nummer] , eiser (gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels),

en

de minister van Asiel en Migratie1.

Procesverloop

De minister heeft op 16 mei 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 30 mei 2024 (in de zaak NL24.21226) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt rechtmatig was.
Deze maatregel duurt nog voort. Inmiddels is een lange termijn verstreken zonder dat door of namens eiser beroep is ingesteld tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 (ECLI:EU:C:2022:858) toetst de rechtbank nu ambtshalve of deze maatregel nog voldoet aan de eisen die daaraan door het Unierecht worden gesteld.
De minister heeft de rechtbank door middel van een kennisgeving van de voortduring van de maatregel in kennis gesteld en een voortgangsrapportage overgelegd. Deze kennisgeving wordt gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep. Eiser heeft hierop binnen de daarvoor gestelde termijn geen reactie gegeven.
De rechtbank heeft het vooronderzoek op 8 augustus 2024 gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.
1 Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.

Overwegingen

De rechtbank stelt vast dat de gemachtigde van eiser binnen de gestelde termijn geen gronden heeft aangevoerd tegen de maatregel van bewaring. Voor zover de rechtbank de rechtmatigheid van de maatregel ambtshalve moet toetsen, is de rechtbank niet gebleken dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de bewaring ten aanzien van eiser in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen niet (langer) gerechtvaardigd is.
De rechtbank komt tot de conclusie dat de voortduring van de maatregel van bewaring van eiser nog steeds rechtmatig is. Hieruit vloeit voort dat er geen aanleiding is om een proceskostenveroordeling toe te kennen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van N. Dayerizadeh, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
13 augustus 2024

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.