ECLI:NL:RBDHA:2024:16836
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduring maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 16 mei 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Deze maatregel duurt nog voort. De rechtbank heeft deze maatregel reeds eerder getoetst in een uitspraak van 30 mei 2024, waarbij de rechtmatigheid tot dat moment werd bevestigd.
Nu een lange termijn is verstreken zonder dat eiser beroep heeft ingesteld tegen het voortduren van de maatregel, toetst de rechtbank ambtshalve of de maatregel nog voldoet aan de eisen van het Unierecht, conform het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022. De minister heeft de rechtbank middels een kennisgeving en voortgangsrapportage geïnformeerd over de voortzetting van de maatregel, wat gelijkgesteld wordt met een beroep van eiser.
Eiser heeft binnen de gestelde termijn geen reactie gegeven. De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank stelt vast dat geen gronden zijn aangevoerd tegen de maatregel en dat de voortzetting daarvan niet in strijd is met de Vreemdelingenwet of disproportioneel is. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de voortzetting van de maatregel van bewaring ongegrond en bevestigt de rechtmatigheid van de maatregel.