Verzoeker diende een beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie. Tijdens de procedure kwam de minister verzoeker tegemoet door alsnog een beslissing te nemen op de aanvraag van verzoeker van 28 maart 2023. Hierdoor werd het beroep ingetrokken.
De rechtbank beoordeelde het verzoek van verzoeker om de minister te veroordelen in de proceskosten en stelde vast dat het verzoek kennelijk gegrond was. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) veroordeelde de rechtbank de minister tot vergoeding van de door verzoeker gemaakte proceskosten.
De proceskosten werden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875,- en een wegingsfactor van 0,5. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.