De minister heeft op 18 juli 2024 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel tot het moment van het eerdere onderzoek rechtmatig was en richt zich op de periode daarna. De Algerijnse autoriteiten hebben eisers nationaliteit bevestigd en een laissez passer toegezegd. Een geplande uitzetting op 9 oktober 2024 ging niet door vanwege een herhaalde asielaanvraag van eiser op 7 oktober 2024, waarop een besluit is genomen dat hij de behandeling niet in Nederland mag afwachten.
De rechtbank oordeelt dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld en dat eiser niet heeft voldaan aan zijn medewerkingsplicht om uitzetting mogelijk te maken. Er is geen reden om de maatregel te beëindigen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.