Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: R. Hopman).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De Minister van Asiel en Migratie legde op 22 juli 2024 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Algerijnse vreemdeling. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld zonder zitting.
Eiser voerde aan dat er geen zicht was op uitzetting naar Algerije, mede vanwege het ontbreken van een laissez passer ondanks aanvraag en rappels. Ook stelde hij dat zijn persoonlijke belangen, zoals het willen samenwonen en trouwen met zijn verloofde, zwaarwegend waren. De rechtbank stelde vast dat de Algerijnse autoriteiten de nationaliteit van eiser hadden bevestigd en een laissez passer hadden toegezegd, met een bekende vluchtdatum van 17 oktober 2024.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medewerking had verleend aan het verkrijgen van benodigde documenten voor uitzetting. De belangenafweging leidde tot het oordeel dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en dat de persoonlijke belangen van eiser geen reden vormden voor opheffing. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.