Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Minister van Asiel en Migratie¹, (gemachtigde: M. Lorier).
Procesverloop
Overwegingen
Lichter middel
Detentiegeschiktheid
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 4 maart 2024 aan eiser, een Algerijnse vreemdeling, een maatregel van bewaring op op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank heeft de maatregel van bewaring reeds eerder beoordeeld en toen als rechtmatig geoordeeld tot het moment van het sluiten van het onderzoek. Bij de huidige beoordeling richt de rechtbank zich op de periode daarna. Eiser voerde aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, dat de minister onvoldoende voortvarend handelt, en dat zijn medische situatie detentieongeschiktheid veroorzaakt. Tevens stelde hij dat een lichter middel passend is omdat hij op eigen gelegenheid naar België kan terugkeren.
De rechtbank oordeelt dat de toezegging van de Algerijnse autoriteiten voor afgifte van een laissez passer nog steeds geldt en dat een vluchtdatum van 30 augustus 2024 bekend is. De minister handelt voldoende voortvarend. De medische klachten van eiser zijn onvoldoende onderbouwd om detentieongeschiktheid aan te nemen. Ook de belangenafweging leidt niet tot opheffing van de maatregel. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.