ECLI:NL:RBDHA:2024:16868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
De minister heeft op 26 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel reeds getoetst in een uitspraak van 9 september 2024 en verklaarde deze toen rechtmatig tot het moment van het sluiten van dat onderzoek op 3 september 2024.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en voerde aan dat het zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn ontbreekt, omdat de identiteit en nationaliteit niet bevestigd zouden zijn en geen laissez-passer zou worden afgegeven. De rechtbank oordeelt dat deze beroepsgrond faalt omdat op het moment van het sluiten van het onderzoek op 8 oktober 2024 geen aanwijzingen zijn dat de Algerijnse autoriteiten geen laissez-passer zullen verstrekken. Bovendien was er op 3 oktober 2024 een presentatie gepland bij de Algerijnse autoriteiten.
De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig voortduurt en wijst het beroep ongegrond. Tevens wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen en is er geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.