Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een visum voor kort verblijf. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist en heeft de beslistermijn met zes weken verlengd. Eiseres stelde verweerder vervolgens in gebreke en diende daarna een beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist en de ingebrekestelling en beroep tijdig zijn ingediend. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen op het bezwaar.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres, die een professionele gemachtigde inschakelde.
De uitspraak is gedaan door rechter M.C. Verra en griffier M.M. Mulder op 15 oktober 2024 in Utrecht. Eiseres krijgt hiermee gelijk en verweerder wordt verplicht alsnog te beslissen binnen de gestelde termijn.