ECLI:NL:RBDHA:2024:16916
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep niet tijdig beslissen asielaanvraag
De rechtbank Den Haag heeft geoordeeld over een verzoek tot proceskostenvergoeding van een asielzoeker die zijn beroep tegen het niet tijdig beslissen van zijn asielaanvraag had ingetrokken. De minister had op 29 juli 2022 alsnog een besluit genomen op de aanvraag.
De rechtbank stelde vast dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden, die door een wettelijke verlenging met negen maanden was verlengd, eindigde op 6 augustus 2023. De ingebrekestelling van de verzoeker was echter op 1 juli 2022 ingediend, dus te vroeg (prematuur). Hierdoor was het beroep niet ontvankelijk.
Omdat niet aan de voorwaarden voor het instellen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen was voldaan, bestond geen recht op vergoeding van proceskosten. De rechtbank wees daarom het verzoek af en sloot het onderzoek zonder zitting, aangezien partijen geen zitting noodzakelijk achtten.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid van het beroep.