De rechtbank Den Haag heeft op 18 oktober 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak waarin eisers beroep instelden tegen het niet tijdig beslissen op hun aanvraag van 23 oktober 2023 voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid in het kader van nareis.
De rechtbank stelde vast dat de minister de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, had overschreden en dat eisers de minister rechtsgeldig in gebreke hadden gesteld. Het beroep werd gegrond verklaard. Daarbij werd rekening gehouden met het fifo-principe, waardoor de minister de aanvraag pas in mei 2025 kan behandelen, en werd een nieuwe beslistermijn tot uiterlijk 30 juli 2025 vastgesteld.
De rechtbank legde een bestuurlijke dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €7.500, en stelde de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442. Tevens werden de proceskosten van eisers vastgesteld op €437,50. De minister werd opgedragen binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.