ECLI:NL:RBDHA:2024:16949
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak op beroep
Verzoekster heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie op 8 juli 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen is beroep ingesteld bij de rechtbank. Verzoekster heeft tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de afwijzing tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de hoofdzaak op 29 augustus 2024 behandeld in Groningen, waarbij zowel verzoekster, haar gemachtigde als de gemachtigde van de minister aanwezig waren, evenals een tolk. Op de datum van de uitspraak heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep zelf, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter V.A.G. van Dijk en griffier M.J.C. ten Hoopen en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan op het beroep.