ECLI:NL:RBDHA:2024:16955
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens kennelijk ongegronde aanvraag
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 10 juli 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 18 september 2024 in Breda, gelijktijdig met de behandeling van het beroep. Gezien de uitspraak op het beroep in zaaknummer NL24.28388 achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 11 oktober 2024 en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de uitspraak op het beroep reeds is gedaan.