ECLI:NL:RBDHA:2024:17025
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling
De minister van Asiel en Migratie heeft op 21 augustus 2024 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft deze maatregel reeds eerder getoetst en verklaard rechtmatig tot het sluiten van het onderzoek op 3 september 2024.
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van de maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Hij voerde aan dat er onvoldoende zicht is op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn, mede omdat de Algerijnse autoriteiten nog niet hebben gereageerd op de laissez-passer aanvraag en onduidelijk is wanneer hij zal worden gepresenteerd. Tevens betoogde eiser dat de minister onvoldoende voortvarend handelt.
De rechtbank oordeelt dat het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn niet ontbreekt, aangezien de aanvraag op 23 augustus 2024 is ingediend en nog in behandeling is. De minister heeft bovendien op 12 september 2024 gerappelleerd en op 27 september 2024 een vertrekgesprek gevoerd, wat voldoende voortvarendheid toont. De rechtbank ziet geen reden om de maatregel onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond, waarbij het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.