Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker diende op 10 mei 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 29 oktober 2021. Vervolgens heeft de minister van Asiel en Migratie op 4 juni 2024 alsnog de asielaanvraag ingewilligd. Hierdoor heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank heeft op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak gedaan. Gelet op het feit dat de minister niet tijdig heeft beslist en alsnog aan het beroep tegemoet is gekomen, is het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond beoordeeld.
De rechtbank veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 437,50. Dit bedrag is berekend op basis van een puntensysteem uit het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), waarbij een wegingsfactor 'licht' is toegepast omdat het beroep uitsluitend betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit.
Uitkomst: De minister van Asiel en Migratie wordt veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan verzoeker.