ECLI:NL:RBDHA:2024:17047
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker diende op 1 mei 2024 beroep in tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 31 oktober 2022. Kort daarna, op dezelfde dag als het beroep, besloot de minister van Asiel en Migratie alsnog positief op de aanvraag. Hierdoor trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en de aanvraag in te willigen. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kon daarom op verzoek van verzoeker de proceskostenvergoeding worden toegekend.
De rechtbank stelde de proceskosten vast op € 437,50, berekend op basis van een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep, dat alleen betrekking had op het niet tijdig beslissen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 oktober 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag.