ECLI:NL:RBDHA:2024:17054
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Eiseres heeft op 23 oktober 2023 een asielaanvraag ingediend. Volgens artikel 42, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 moet de minister binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag beslissen, wat in deze zaak neerkomt op 23 april 2024. De minister heeft echter de beslistermijn met negen maanden verlengd op grond van artikel 42, vierde lid, onder b, van de Vreemdelingenwet, vanwege een groot aantal gelijktijdige aanvragen. Deze verlenging is rechtsgeldig verklaard door eerdere jurisprudentie van deze rechtbank.
Eiseres heeft op 24 april 2024 een ingebrekestelling ingediend, maar deze is prematuur omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht kan een beroepschrift tegen het niet tijdig beslissen pas worden ingediend nadat een schriftelijke ingebrekestelling is ontvangen en twee weken zijn verstreken. Omdat de ingebrekestelling prematuur was, voldoet het beroep niet aan de vereisten.
De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft het onderzoek gesloten zonder zitting. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Eiseres wordt gewezen op de mogelijkheid om binnen vier weken beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.