Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen op 1 november 2022 vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van een vrijstelling hiervan.
Na een bezwaarprocedure waarbij de minister op 11 april 2024 het besluit handhaafde, is beroep ingesteld. Verzoeker heeft daarnaast een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, locatie Middelburg.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld en op 17 oktober 2024 afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.19802) en het verzoek daarom ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is definitief en hoger beroep of verzet is niet mogelijk. De zaak betreft bestuursrecht en vreemdelingenrecht, met toepassing van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.