In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op 22 oktober 2024 een beschikking gegeven over de wijziging van kinderalimentatie. De moeder verzocht om een verhoging van de kinderalimentatie voor haar twee kinderen, terwijl de vader verzocht om verlaging vanwege zijn onderhoudsplicht voor een stiefkind. De rechtbank onderzocht de gewijzigde omstandigheden en de draagkracht van de vader, moeder en partner.
De rechtbank stelde vast dat de vader een bruto inkomen heeft van €6.106,- per maand plus een bonus, en dat hij ook onderhoudsplichtig is voor het stiefkind. De behoefte van de kinderen werd vastgesteld op €490,- per kind per maand, met een aangepaste behoefte voor de meerderjarige [kind 1]. De draagkrachtvergelijkingen werden over twee periodes gemaakt, waarbij rekening werd gehouden met zorgkortingen en de bijdragen van de moeder en partner.
De rechtbank concludeerde dat de vader voldoende draagkracht heeft om aan al zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen, inclusief voor het stiefkind. De kinderalimentatie werd daarom verhoogd tot €149,- per kind per maand vanaf 1 januari 2024, en vanaf de meerderjarigheid van [kind 1] een bijdrage van €216,- direct aan haar en €168,- aan de moeder voor [kind 2]. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden.