ECLI:NL:RBDHA:2024:17129
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek politieke activiteiten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 september 2024 van de IND, waarin zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De rechtbank heeft het beroep op 17 oktober 2024 behandeld en direct uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de IND niet heeft voldaan aan haar verplichting om te onderzoeken welke politieke activiteiten eiser bij terugkeer in het land van herkomst zou kunnen ontplooien. Dit is vereist volgens jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie en de Raad van State. De rechtbank kan zelf geen oordeel geven over de politieke situatie, omdat zij geen beslissingsautoriteit is.
Verder is het besluit ten aanzien van discriminatie op grond van etniciteit wel juist, omdat eiser ondanks de moeilijke situatie in zijn land van herkomst een leven kan leiden boven de minimumstandaarden. De rechtbank stelt ook vast dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij behoort tot een sociale groep vanwege zijn familiebanden en politieke tegenstellingen.
Tot slot oordeelt de rechtbank dat de IND terecht heeft gewezen op het gebruik van een Colombiaans paspoort bij binnenkomst en het verscheuren van het Afghaanse paspoort. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser en geeft verweerder twee weken om een nieuw besluit te nemen of een week om in hoger beroep te gaan.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende onderzoek naar politieke activiteiten bij terugkeer.